vriend Méritarte

tekst: Guillaume Apollinaire (vertaling: Wouter van der Land)

Onze vriend Méritarte beschouwde de mens als een artistiek wezen en spande zich tijdens zijn leven in om een culinaire kunst te ontwikkelen die niet alleen de eetlust en de smaak zou bevredigen, maar net als de andere kunsten ook het verstand zou aanspreken. Het is nu bijna twee jaar geleden dat wij in zijn kleine eetkamer, op de 5e étage, uitkijkend op de binnenplaats in de rue Nollet, om vier uur ‘s middags genoten van het aangrijpende schouwspel van het eerste eetbare drama.

Het onheilspellende uiterlijk van de hors-d’oeuvres van andouille de Vire en bokkingfilets maakte ons droevig en hongerig. De lugubere linzensoep die daarop verscheen, deed onze onrust stijgen. Op welke manier zou deze zonderlinge eetpartij aflopen? We vreesden een theatrale wending. De bloederige stukken vlees werden net als bij Racine ‘als door honden onderling vechtend verslonden’. Zo hadden ze het dramatische effect hadden wat we er van verwachtten. Toen vriend Méritarte na een salade Rachel van diepgele aardappels en inktzwarte truffels de ontsteltenis tot een hoogtepunt had gebracht door het laten ploffen van een groot aantal flessen champagne, vertrokken wij, sinds er noch kaas noch enig dessert werd geserveerd, maar alleen een bakje lauwe koffie, in een staat van onbehagen die moeilijk onder woorden te brengen is. De indruk die dit eerste culinaire drama in ons teweegbracht, zouden wij nooit vergeten.

Een tijdje na deze sombere tragedie nodigde onze vriend Méritarte ons uit voor een komisch feestmaal. De eerste gang was een ijskoude consommé Madrilène die een glimlach op onze lippen deed verschijnen. En iedereen barstte in lachen uit toen onze gastheer ons informeerde dat de vervolgens geserveerde aardappels in feite de criadillas van een stier waren. De vermakelijkheden kregen een nog mooiere reprise rond een kalfskop waarvan de hilariteit ons zo aansprak dat wij er niets van overlieten dan de peterselie waarmee hij was versierd. Van een weinig doorbakken lamsbout werd niet minder genoten; de knoflook waarmee hij op smaak was gebracht en de haricots de Soissons waarop hij futloos rustte, barstten van komische energie. Kortom, wij lachten ons gek en de goedkope witte wijn die Méritarte erbij schonk, verhoogde onze vrolijke stemming.

Maar onze vriend Méritarte wilde zijn kunst verheffen tot de lyriek. Hij serveerde ons een avond vermicellisoep, zachtgekookte eieren, sla met bloemblaadjes en roomkaas. Wij zeiden hem dat dit niets meer dan sentimentele rijmelarij was en Méritarte verzekerde ons diep gekwetst dat hij zich zou verheffen tot het niveau van de ode. En inderdaad diende hij ons een maand later een cassoulet op waarmee zijn kunst eindelijk een verheven niveau bereikte. Hij waagde zich zelfs aan het epos met een bouillabaisse waarvan de Middelandse-Zeesmaak bij ons onmiddellijk de gedichten van Homerus opriep.

Maar wat moesten we verwachten toen vriend Méritarte ons berichtte dat hij zich voortaan wijdde aan de filosofie en ons uitnodigde om de donderdag daarop zijn volgelingen te worden. We waren stipt op tijd voor de afspraak, maar aan onze ongeruste gezichten had men kunnen aflezen dat de metafysica van de keuken ons weinig vertrouwen inboezemde. We hadden gelijk, want men serveerde een schotel van mergpijp, waar we maar met moeite het merg uit wisten te halen. We kregen ook nog konijnenkoppen, die we moesten stukslaan om er de hersentjes uit te zuigen. Als dessert kregen we amandelen, walnoten en, omdat het Driekoningen was, een taart waarvan de verborgen boon niet diende om een koning aan te wijzen, maar aan het eind van dit wijsgerig banket simpelweg de pythagoreaanse wijsheid voor de geest riep.

We waren bang dat vriend Méritarte, gedesillusioneerd, zou vluchten in een vorm van devotie, zodat had hij ons mystieke maaltijden zou kunnen voorschotelen. We vergisten ons. Méritarte, die was opgeklommen tot het epos, daalde af naar de stuiverroman en trouwde uiteindelijk zijn keukenmeid, een droom van een meisje. Nu ze haar keuken vaarwel had gezegd, begon de nieuwe mevrouw Méritarte, die zich slecht wist aan te passen aan het niets meer om handen hebben, haar man buitensporig te bedriegen. Een tijd lang leek deze zijn kunst te hebben afgezworen. Maar, op een dag besloot hij een groot satirisch feestmaal te geven, waarvoor hij alleen de minnaars van zijn vrouw uitnodigde.

Wij waren daar met zijn twaalven, buiten Méritarte en zijn vrouw. De maaltijd was zo dramatisch als mogelijk: onheilspellende soep, bloederig vlees etc. Er werden paddestoelen opgediend waarvan ik, ik weet niet door welk toeval, niets nam. Het was een copieus maal en iedereen deed zich eraan tegoed, alleen ik liet ze mijn bord liggen. En dat was maar goed ook, want onmiddellijk na de maaltijd trokken de tafelgenoten, vriend Méritarte incluis, bleek weg, klagend over helse pijnen. Ze stierven in de loop van de nacht als gevolg van het eten van de giftige paddenstoelen.

Zo bereikte de dodelijke satire van vriend Méritarte waarlijk zijn doel; iedereen die het doelwit ervan was, stierf, hijzelf inbegrepen. Hij had genoeg van het leven en dacht alle bronnen van zijn kunst te hebben uitgeput.

Wat mij betreft, ik heb vaak geprobeerd om koks in te wijden in de verheven kookkunst die door vriend Méritarte is ontdekt, maar ik werd nooit begrepen. Het zal denk ik nog lang duren voordat de kunstzinnige experimenten van dit genie zullen worden hervat. Niettemin zijn nog niet alle domeinen van deze kunst onderzocht en het heeft mij bijvoorbeeld altijd verbaasd dat vriend Méritarte niets binnen het historische genre heeft geprobeerd. Toegegeven, hij was noch geletterd noch wetenschappelijk onderlegd en voor alles een man van de verbeelding. Hij was een uitzonderlijke dichter, geboren voor de satire.


Deze vertaling is eerder verschenen in Bouillon magazine. © Vandertekst — freelance tekstschrijver Den Haag.